Fotoboek
Kalender
08-09
Gala kaartverkoop borrel
15-09
Heldenborrel
30-09
Sportcentrum ESSF
03-10
Farmer Challenge bij WSR Argo
04-10
Lustrumweek
08-10
Lustrumgala
14-10
AV 155
Sponsors
Adres
E.S.R. Thêta
Kanaaldijk Zuid 50
5645 TA Eindhoven

Postadres:
Postbus 817
5600 AV Eindhoven

Telefoon:
Bestuur: 040-2438853
Bootsman: 040-2802152
Sociëteit: 040-2438853

Giro: 1071229

Email:

Advertentie
HR

HUISHOUDELIJK REGLEMENT
VAN DE
E.S.R. THÊTA

DE VERENIGINGSTEKENEN

art. 1

De kleuren van de vereniging zijn geel en bruin.

 

 

art. 2

  1. Het embleem van de vereniging bestaat uit een gestileerde letter thêta en is uitgevoerd in de verenigingskleuren.
  2. Het wapen van de vereniging bestaat uit een gestileerde letter thêta, geplaatst in een schild en is uitgevoerd in de verenigingskleuren. In het schild bevindt zich tevens de naam van de vereniging.
  3. De verenigingsvlag is geel met een horizontale bruine band. Daarin is, eveneens in de verenigingskleuren, contrasterend een  gestileerde letter thêta geplaatst.
  4. Het logo van de vereniging wordt gevormd door de gestileerde omtrek van de naam "Thêta", uitgevoerd in hoofdletters.
  5. De stalen van de voorgenoemde verenigingstekenen worden bewaard in het verenigingsarchief. Deze stalen worden beschouwd als te zijn opgenomen in dit reglement met alle gevolgen van dien.

 

 

art. 3

  1. Het roeitenue bestaat uit een geel shirt met een horizontale bruine band en een witte broek.
  2. De leden die namens de vereniging deelnemen aan wedstrijden zijn verplicht tijdens deze wedstrijden het tenue genoemd in het eerste lid te dragen.
HET LIDMAATSCHAP

AFDELING 1. Leden

§ 1. Toelating als lid

art. 4

  1. Zij die als lid wensen toe te treden tot de vereniging melden zich bij het bestuur om als kandidaatlid te worden ingeschreven. Deze kennisgeving  dient schriftelijk te geschieden. Kandidaatleden van de vereniging kunnen zij zijn, die als student, auditor of extraneus aan een instelling van universitair onderwijs of hoger beroepsonderwijs staan ingeschreven.
  2. Behoudens dispensatie van het bestuur doorlopen kandidaatleden een kennismakingstijd. De kennismakingstijd heeft ten doel de kandidaatleden kennis te laten maken met de roeisport, de vereniging en haar leden. Het bestuur heeft het recht kandidaatleden, die aan de kennismakingstijd willen deelnemen, te introduceren.De kandidaatleden betalen een door het bestuur vast te stellen vergoeding voor de deelname aan de kennismakingstijd.
  3. Zij die als lid wensen toe te treden tot de vereniging dienen een door hen persoonlijk ondertekend aanmeldingsformulier vergezeld van alle overige voor het lidmaatschap vereiste bescheiden over te leggen aan het bestuur. De voorgenoemde formulieren zijn verkrijgbaar bij de secretaris.
  4. Het bestuur inaugureert de leden in een buitengewone algemene vergadering. In uitzonderlijke gevallen kunnen leden ook in bestuursvergaderingen worden geïnaugureerd. Het bestuur maakt van dit laatste dan melding in de eerstvolgende algemene vergadering.
  5. Ten bewijze van het lidmaatschap ontvangen de leden van de vereniging een door het bestuur ondertekende oorkonde.

§ 2. Rechten en plichten en schorsing in rechten

art. 5

  1. Alle leden hebben dezelfde rechten en plichten, tenzij in de statuten of het huishoudelijk reglement anders bepaald is.
  2. De rechten van een lid zijn:
    1. de toegang tot de algemene vergadering;
    2. het bijeen doen komen van de algemene vergadering;
    3. de toegang tot de voor de vereniging bestemde accommodaties;
    4.  te allen tijde inzage te hebben in de statuten, reglementen en besluiten van de vereniging;
    5. het woord te voeren in algemene vergaderingen;
    6. het indienen van voorstellen en amendementen op voorstellen, benevens het houden van interpellaties op algemene verga­deringen;
    7. stemrecht en passief kiesrecht;
    8. het gebruik van materieel voor zover hij daartoe door het bestuur bevoegd verklaard is;
    9. het deelnemen aan wedstrijden en feesten, door de vereniging gegeven;
    10. alle andere rechten door de statuten en reglementen geschonken.
  3. De plichten van een lid staan als zodanig vermeld in de statuten.

Voorts dienen leden ervoor zorg te dragen dat hun gegevens in het ledenregister correct staan geregistreerd.

 

 

art. 6

  1. Het bestuur kan leden schorsen:
    1. wegens handelingen in strijd met de belangen van de vereniging, tot een maximale duur van drie maanden;
    2. wegens het niet voldoen, binnen een door het bestuur vast te stellen termijn, van enige financiële verplichting ten aanzien van de vereniging, tot een maximale duur van drie maanden.
  2. Het bestuur stelt bij schorsing het betrokken lid daarvan schriftelijk op de hoogte met vermelding van de reden en de duur van de schorsing en de rechten waarin het lid wordt geschorst. Het besluit tot schorsing wordt openbaar gemaakt.
  3. Tijdens de duur van de schorsing blijft het betrokken lid onderworpen aan alle op hem rustende verplichtingen. Leden die zich verongelijkt achten door een hun opgelegde schorsing kunnen in beroep gaan bij de algemene vergadering. Een ingesteld beroep schorst het inwerking treden van de schorsing niet.

§ 3. Einde van het lidmaatschap

art. 7

Wanneer het lidmaatschap in de loop van het verenigingsjaar eindigt, blijven de jaarlijkse bijdrage en de verplichtingen omtrent de werkactie-uren, alsook de ten tijde van het lidmaatschap door de algemene vergadering bepaalde hoofdelijke omslagen, desalniettemin voor het geheel verschuldigd.

AFDELING 2. Ereleden, buitengewone leden en donateurs

§ 1. Het erelidmaatschap

art. 8

  1. Als ereleden, benoemd in artikel 10 van de statuten, kent de vereniging Ereleden der E.S.R. Thêta en Leden van Verdienste der E.S.R. Thêta.
  2. Zij, die de vereniging als geheel bijzondere diensten hebben bewezen, kunnen tot Erelid der E.S.R. Thêta worden benoemd. Alsmede leden, die zich door uitzonderlijke prestaties hebben onderscheiden binnen de roeisport, kunnen tot Erelid der E.S.R. Thêta worden benoemd.
  3. Zij, die zich voor de vereniging bijzonder onderscheiden hebben, kunnen tot Lid van Verdienste der E.S.R. Thêta worden benoemd.
  4. Het bestuur draagt een Erelid voor aan de Algemene Vergadering.
  5. Wanneer de Algemene Vergadering haar goedkeuring heeft gegeven aan genoemde voordracht, inaugureert het bestuur het Erelid in een Buitengewone Algemene Vergadering. Ten bewijze van het erelidmaatschap ontvangt het erelid een door het bestuur ondertekende oorkonde.
  6. Het erelidmaatschap eindigt op de wijze als bepaald in artikel 9 van de statuten.

 

 

art. 9

  1. Ereleden hebben dezelfde rechten als leden, behoudens het stemrecht en het recht om tot bestuurslid te worden gekozen.
  2. De plichten van een erelid staan als zodanig vermeld in de statuten.

Voorts dienen ereleden ervoor zorg te dragen dat hun gegevens in het ledenregister correct staan geregistreerd.

§ 2. Het buitengewoon lidmaatschap

art. 10

  1. Behoudens het bepaalde in het tweede lid, geven zij die als buitengewoon lid wensen toe te treden tot de vereniging hiervan schriftelijk kennis aan het bestuur middels een door hen persoonlijk ondertekend aanmeldingsformulier vergezeld van alle overige voor het buitengewone lidmaatschap vereiste bescheiden. De voorgenoemde formulieren zijn verkrijgbaar bij de secretaris.
  2. Wanneer leden ophouden te voldoen aan het bepaalde in artikel 6 van de statuten, kan het lidmaatschap worden omgezet in het buitengewoon lidmaatschap. Zij die van deze omzetting gebruik wensen te maken, dienen bij het bestuur schriftelijk een hiertoe strekkend verzoek in.

Behoudens beperkingen volgens de statuten en reglementen, heeft zulk een omzetting geen invloed op de tijdens de duur van het lidmaatschap verkregen rechten omtrent de bepalingen in artikel 54.

  1. Het bestuur inaugureert de buitengewone leden in een buitengewone algemene vergadering. In uitzonderlijke gevallen kunnen buitengewone leden ook in bestuursvergaderingen worden geïnaugureerd. Het bestuur maakt van dit laatste dan melding in de eerstvolgende algemene vergadering.

Ten bewijze van het buitengewone lidmaatschap ontvangen de buitengewone leden van de vereniging een door het bestuur ondertekende oorkonde.

  1. Het buitengewone lidmaatschap eindigt op de wijze als bepaald in artikel 9.  van de statuten.

 

 

art. 11

  1. Buitengewone leden hebben dezelfde rechten als leden, behoudens het stemrecht en het recht om tot bestuurslid te worden gekozen.
  2. Buitengewone leden hebben dezelfde plichten als le­den.

Buitengewone leden dienen zich duidelijk ver­dienste­lijk te maken voor de vereni­ging.
Buitengewone leden dienen ervoor zorg te dragen dat hun gege­vens in het ledenre­gister correct staan geregistreerd.

HET BESTUUR

AFDELING 1. Bestuursfuncties en besluitvorming van het bestuur

§ 1. Bestuursfuncties

art. 12

  1. Het bestuur bestaat met een voorzitter, een secretaris en een penning­meester zoals genoemd in artikel 14. eerste lid van de statuten, uit een vi­ce-voorzitter, een commissaris materi­aal, een com­missa­ris wedstrijdroei­en, een commissa­ris compe­titie­roeien en een commissaris verenigingsactivitei­ten.
  2. Een bestuurslid kan meer dan één fun­ctie bekle­den. Hierbij gelden de volgende beperkingen:
    1. de functies voor­zitter, secretaris en penning­­­mees­ter kunnen niet gecom­bineerd wor­den;
    2. de func­ties voorzitter en vice-voorzit­ter kun­nen niet gecombineerd worden.

§ 2. Besluitvorming van het bestuur

art. 13

  1. Het bestuur vergadert zo dikwijls als het dat gewenst acht.

Als regel wordt er elke maand tenminste een be­stuursver­ga­de­ring gehou­den.
Bestuursvergaderingen zijn niet openbaar.

  1. Van het verhandelde in elke vergadering worden door het bestuur notulen opgemaakt, die door het bestuur worden gear­res­teerd en door de voorzitter en secretaris worden onderte­kend.

Het bestuur houdt een register van zijn besluiten. Bestuursbesluiten zijn openbaar.

  1. Op alle besluiten van het bestuur is beroep mogelijk bij de algemene vergadering.

 

 

art. 14

  1. Het bestuur kan zich laten bijstaan door functie­groepen en beleids­groe­pen, door hem te installeren.
  2. Een functiegroep dient ter ondersteuning van de zittende bestuur­ders.

Ieder bestuurslid dient ondersteund te worden door tenminste één func­tiegroep.
Als regel houden de afzonder­lijke leden van het bestuur gedurende de eerste helft van het verenigingsjaar tenminste drie maal een overleg met de hun ondersteu­nende functiegroepen.

  1. Een beleidsgroep dient het bestuur van advies bij het bepalen en uitvoe­ren van zijn beleid. Zij komt jaarlijks zo vaak als nodig bijeen in overleg met het bestuur.

Beleidsgroepen die in ieder geval dienen te worden geformeerd zijn:

    1. de beleidsgroep Roeien voor het verenigingsbeleid ten aanzien van de roeisport;
    2. de beleidsgroep Materiaal, genaamd "WeMa", voor het verenigingsbeleid ten aanzien van het materi­aal.

AFDELING 2. Bestuurstaak, vertegenwoordiging en bevoegd­heid

art. 15

  1. De taken van het bestuur zijn:
    1. het zorg dragen voor de naleving van de statu­ten en reglementen en het uitvoeren van de door de algemene vergade­ring genomen besluiten;
    2. het behartigen van de belangen van de vereni­ging;
    3. het vertegenwoordigen van de vereniging;
    4. het beheren van de admini­stratie en de financiën van de vereniging;
    5. het nastreven van het doel van de vereniging. Het daartoe door de vereni­ging te voeren beleid wordt door het bestuur, indien noodzakelijk, neerge­legd in beleidsnota's. Het bestuur presen­teert deze jaarlijks op een algemene vergade­ring.

Beleidsnota's dienen in ieder geval opgesteld alsmede geëvalueerd te worden ten aanzien van de zaken als genoemd in artikel 14. derde lid.
Het bestuur draagt zorg voor de continuïteit van bestuur en geeft jaarlijks zijn beleid door;

    1. het toezicht houden op commissies en andere door het bestuur in te stellen organen;
    2. het ervoor zorgdragen dat de naam, de voorna­men en de woon­plaats van ieder van de be­stuursleden, zoals deze staan ingeschreven in het vereni­gingsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken steeds correct zijn.
  1. Het bestuur is bevoegd, met in­achtne­ming van de bepa­lingen van de statuten en het huis­houde­lijk reglement, tot:
    1. het beleggen van vergaderingen;
    2. het inzage nemen in alle stukken, de vereniging betreffende;
    3. het nemen van ordemaatregelen. Daaronder valt tevens de bevoegdheid reglementen op te stellen, die bindend zijn voor de leden;
    4. het berispen, het beboeten, het schorsen, het opzeggen van het lidmaatschap en de ontzetting van een lid;
    5. het in spoedeisen­de gevallen maatregelen nemen, die tot aan een zo spoedig mogelijk te houden algemene verga­dering bindend zijn voor de leden.
    6. het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de ver­eniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor de schuld van een ander verbindt, mits met voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering;
    7. het uitoefenen van alle andere rechten door de wet, de statuten en reglementen en het gebruik geschonken.
  2. Zowel de afzonderlijke bestuursleden als het bestuur kunnen ten aanzien van bestuurswerkzaamheden vertrou­wens­per­soon zijn.

 

 

art. 16

De voorzitter is verantwoordelijk voor de volgende taken:

  1. het leiding geven aan de verschillende werkzaamheden van het bestuur en het toezien op een juiste uitvoering van de taken van de overige bestuursleden;
  2. het coördineren van het beleid van de vereniging;
  3. het voorzitten van de bestuursvergaderingen en van de algemene vergadering;
  4. het verzorgen van de algemene externe contacten, eventueel tezamen met één der overige bestuursleden;
  5. het plaatsnemen in de raad van toezicht van de Stichting Eindhovens Roeifonds.

 

 

art. 17

De secretaris is verantwoordelijk voor de volgende taken:

  1. de algemene correspondentie;
  2. de algemene administratie en het verenigingsarchief;
  3. het bijhouden van een register met betrekking tot de leden, ereleden, buitengewone leden en donateurs;
  4. het, in samenwerking met de overige betrokken bestuursleden, bijhouden van een register met betrekking tot de samenstelling van de commissies;
  5. het bekend maken van de agenda van de algemene vergadering, het verzenden van convocaten tot de algemene vergadering aan de leden, de ereleden en de buitengewone leden en het aanwezig doen zijn van een presentielijst op de algemene vergadering;
  6. het maken van notulen van bestuursvergaderingen en het bijhouden van een register van de bestuursbesluiten;
  7. het maken van notulen van algemene vergaderingen en het bijhouden van een register van de besluiten van de algemene vergadering;
  8. het schrijven van het jaarverslag;
  9. mededelingen ter kennis van de belanghebbenden te brengen;
  10. het bijstaan van het bestuur van de Stichting Eindhovens Roeifonds bij het verwerven van nieuwe deelnemers.

 

 

art. 18

De penningmeester is verantwoordelijk voor de volgende taken:

  1. het financiële beleid van de vereniging;
  2. het financiële beheer van de vereniging.

Onder dit punt vallen tevens het toezicht houden op het financiële beheer van de commissies en de verzekeringen.

  1. het verzorgen van de financiële correspondentie, het voeren van een overzichtelijke boekhouding en het verzorgen van het financiële archief;
  2. het uitbrengen van een begroting en een jaarrekening.

 

 

art. 19

De vice-voorzitter is verantwoordelijk voor de volgende taken:

  1. het vervangen van de voorzitter bij diens ontstentenis;
  2. het beleid ten aanzien van sponsoring en public relations;
  3. het coördineren van de interne en externe contacten op het gebied van de public relations;
  4. het coördineren van de activiteiten op het gebied van de sponsoring.

 

 

art. 20

De commissaris materiaal is verantwoordelijk voor de volgende taken:

  1. het beleid ten aanzien van het materiaal;
  2. het be­heer van het materiaal van de vereniging;
  3. het coördineren van het verrichten en doen verrichten van reparaties en, indien zijn inziens noodzakelijk, het buitengebruik stellen van materiaal;
  4. het opstellen van schaderapporten;
  5. het zorgdragen voor de aanwezigheid op het botenhuis van een klachtenboek, een afschrijfboek en een afschrijfbord;
  6. het verzorgen van de externe contacten op het gebied van het materiaal.

 

 

art. 21

De commissaris wedstrijdroeien is verantwoordelijk voor de volgende taken:

  1. het beleid ten aanzien van de roeisport. Dit tezamen met de commissaris competitieroeien;
  2. de organisatie van het wedstrijdroeien. Hij coördineert de formatie en begeleiding van de wedstrijdploegen (inclusief de coaches) en de coachopleiding en houdt het botenschema bij;
  3. de inschrijvingen van wedstrijdploegen. Hij draagt daartoe in overleg met het Beoordelingsorgaan Wedstrijroeien de voor een wedstrijd in te schrijven ploegen voor aan het bestuur
  4. de vertegenwoordiging van de vereniging op alle nationale en internationale wedstrijden, waaraan door verenigingsploegen wordt deelgenomen;
  5. het beheer van de coachbibliotheek;
  6. het verzorgen van de externe contacten op het gebied van het wedstrijdroeien.

 

 

art. 22

De commissaris competitieroeien is verantwoordelijk voor de volgende taken:

  1. het beleid ten aanzien van de roeisport. Dit tezamen met de commissaris wedstrijdroeien;
  2. de organisatie van het competitieroeien. Hij coördineert de formatie en begeleiding van competitieploegen (inclusief coaches) en de coachopleiding;
  3. de inschrijvingen van competitie- en fuifploegen. Hij draagt daartoe de voor een wedstrijd in te schrijven ploegen voor aan het bestuur;
  4. het verzorgen van de externe contacten op het gebied van het competitieroeien en het fuifroeien.

 

 

art. 23

De commissaris roeiaccommodatie is verantwoordelijk voor de volgende taken:

  1. het beleid ten aanzien van de accommodatie;
  2. het beheer van de accommodatie;
  3. het coördineren van de verrichtingen aan de accommodatie;
  4. het zorgdragen voor de aanwezigheid van een klachtenboek;
  5. het opstellen van schaderapporten;
  6. het verzorgen van externe contacten op het gebied van de accommodatie.

 

 

art. 24

De commissaris verenigingsactiviteiten is verantwoordelijk voor de volgende taken:

  1. het beleid ten aanzien van de verenigingsactiviteiten;
  2. het coördineren van de verrichtingen van de verschillende organen en groeperingen met betrekking tot verenigingsevenementen en andere verenigingsactiviteiten.

AFDELING 3. Verantwoording

art. 25

  1. Het bestuur is verantwoording verschuldigd aan de algemene vergadering.
  2. De afrekening en begroting worden tenminste zeven dagen voor de eerstvolgende algemene jaarvergade­ring ter kennis van de leden gebracht;
  3. Het bestuur legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de algemene verga­dering over.

Deze stukken worden ondertekend door de bestuursleden; ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daar­van onder opgave van redenen melding gemaakt.
De bestuursleden zijn bij gebleken nalatigheid persoonlijk aansprakelijk voor de onder hun beheer staande waarden, totdat de algemene vergadering het financieel jaarverslag heeft goedgekeurd.

  1. Het bestuur is verplicht de bescheiden, bedoeld in het tweede lid, tien jaar lang te bewaren.

 

 

art. 26

  1. De algemene vergadering kan bestuursleden schorsen in hun functie wegens handelingen in strijd met de belangen van de vereniging, tot een maximale duur van drie maanden.
  2. Het bestuur stelt bij schorsing het betrokken bestuurslid daarvan schriftelijk op de hoogte met vermelding van de reden en de duur van de schorsing en de rech­ten waarin het bestuurslid wordt geschorst. Het besluit tot schorsing wordt openbaar gemaakt.
  3. Een schorsing van een bestuurslid die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

AFDELING 4. Commissies

art. 27

Behoudens uitzonderlijke gevallen worden commissies benoemd uit de leden.

§ 1. Commissiebesturen en commissieleden

art. 28

  1. Een commissie beschikt over een commissiebe­stuur.
  2. Het commissiebestuur is belast met het bestuur van de commissie. Hieronder valt tevens de vertegenwoordiging van de commissie bij het bestuur.
  3. Het commissiebestuur bestaat uit tenminste twee leden.

De commissiebestuursleden worden als zodanig benoemd, geschorst of ont­slagen door het bestuur.
Een commissiebestuurslid kan te allen tijde ook zelf ontslag nemen.

  1. Jaarlijks treedt het hele commissiebestuur af.

 

 

art. 29

  1. In een commissiebestuur heeft ondermeer een commissievoor­zitter zitting. Een lid van het bestuur van de vereniging treedt als commissiead­viseur op en kan bindende adviezen geven.
  2. Indien een commissie op enigerlei wijze over geld in beheer heeft, dient over een commis­siepenningmeester te beschik­ken die de boekhouding van de betreffen­de com­missie verzorgt.

De penningmeester is bevoegd een deel van zijn taken over te dragen aan de com­missiepenning­meesters.

  1. Als regel wordt er elke maand een commissieverga­de­ring gehou­den.

 

 

art. 30

  1. Als regel houdt het bestuur tenminste drie maal per jaar een overleg, genaamd Groot-commissiebazen topoverleg, met alle commissie-voorzitters.
  2. De voorzitters van die commissies waarvan de taakgebieden elkaar raken of gedeeltelijk overlappen, dienen zo vaak als wenselijk overleg te plegen.

 

 

art. 31

Een lid van een commissie treedt uit zijn func­tie:

  1. op eigen verzoek door decharge in een algemene vergade­ring of in voorkomende gevallen in een be­stuursvergadering;
  2. wanneer het bestuur dat wenselijk acht;
  3. bij beëindiging van het lidmaatschap.

§ 2. Verantwoording

art. 32

  1. Een commissie werkt in nauw overleg met het bestuur en is aan het bestuur verantwoording ver­schuldigd. Zij houdt het  bestuur op de hoogte van haar activitei­ten.
  2. De begroting van een door het bestuur ingestel­de com­mis­sie dient ter goedkeuring aan het bestuur te worden voorgelegd. Het boekjaar van een commissie dient gelijk te lopen met het vereni­gingsboekjaar.
  3. De pen­ning­meester van een commissie is verplicht van zijn beheer verant­woording af te leggen aan de penning­mees­ter. Hij is persoonlijk ver­antwoorde­lijk voor het beheer van de financiën van de commis­sie, totdat de afre­kening is goedgekeurd door het bestuur en de kascommissie. DE penningmeester neemt na zijn goedkeuring de verantwoording hiervoor op zich. Het be­stuur en de kascom­missie kunnen te allen tijde inzage krij­gen in de boeken van een commissie.

Het eventuele batig saldo van een commissie, na aftrek van moge­lijke reser­veringen voor benodigd materieel, komt ten goede aan de vereniging.

  1. Een commissie legt een schrif­telijk evaluerend verslag over de wijze waarop zij de haar opge­dra­gen taak vervuld heeft ter goedkeu­ring aan het bestuur over. Indien het bestuur zijn goedkeuring aan het verslag heeft verleend, legt hij het ter goedkeuring over aan de algemene vergadering. Het verslag wordt door de commissievoor­zitter of diens plaatsvervanger in de eerst­volgende algemene verga­dering voorgedra­gen.

§ 3. De commissies

art. 33

Commissies worden door het bestuur in een algemene vergade­ring geïnstal­leerd.

 

 

art. 34

  1. Ieder verenigingsjaar dienen door het bestuur de volgende com­mis­sies ingesteld te worden:
    1. de Acquisitie-commissie (AcquisiCie), welke beoogt de vereniging van financiële middelen te voorzien. Dit gebeurt onder meer door het coördineren van werkacties, het faciliteren van het bedrijfsroeien en het onderhouden van sponsorrelaties;
    2. de ACT (Activiteiten Commissie Thêta) , welke is belast met het bevorde­ren van de integratie van de leden door middel van weekeinden, tochten, fees­ten, borrels en andere wettige midde­len die dit beogen, alsmede met de promotie daarvan;
    3. de Almanak-commissie, welke zorg draagt voor de fi­nanciering, de sa­menstel­ling, het uitbrengen en de presentatie van het almanak;
    4. de Bar-commissie, welke de bar exploiteert en onder­houdt. In overleg met de ­ac­ti­vi­tei­ten-commis­sie draagt zij zorg voor de organisatie en promotie van borrels en feesten;
    5. de Beleids Advies Raad, welke tot taak heeft het begeleiden en adviseren van het bestuur bij de beleidsbepaling. De raad zal bestaan uit drie senatoren uit de voorgaande drie bestuursjaren, welke per persoon zullen wisselen op de halfjaarlijkse AV. De BAR zal vier keer in het jaar samenkomen, met het bestuur, om de huidige gang van zaken te bespreken, zijnde eenmaal aan begin van het collegejaar, eenmaal in het najaar, eenmaal aan het begin van het seizoen en eenmaal halverwege het seizoen. Tijdens deze bijeenkomsten zal het huidige beleid worden doorgenomen.
    6. de Botenwagencompagnie, welke zorg draagt voor het vervoer van boten. Zij onderhoudt en exploi­teert daartoe het door de vereni­ging ter be­schik­king gestelde materieel;
    7. de Coach-commissie, welke zorg draagt voor de werving en opleiding van wedstrijd­roei­ers, wed­strijd­coaches en stu­urlieden.

Alle wed­strijd­coaches hebben zit­ting in de Coach-commis­sie. Voorts kan het bestuur ook andere voor het wedstrijd­roeien waardevolle personen in de Coach-commissie installe­ren;

    1. het BeoordelingsOrgaan Wedstrijdroeien  welke tot taak heeft het beoordelen van het functioneren van de hoofdcoach; het beoordelen van het functioneren van de structuur die dient om wedstrijdroeien te stimuleren en faciliteren; het beoordelen van prestaties van wedstrijdploegen.

Het beoordelingsorgaan komt in ieder geval vier keer per jaar bij elkaar, zijnde eenmaal aan het begin van het verenigingsjaar, eenmaal rond de start van het wedstrijdroeiseizoen, eenmaal halverwege het wedstrijdroeiseizoen en eenmaal aan het eind van het wedstrijdroeiseizoen. Gedurende deze bijeenkomsten worden in ieder geval voornoemde onderwerpen besproken. Het beoordelingsorgaan stelt het bestuur na iedere bijeenkomst op de hoogte van haar bevindingen en adviseert het bestuur over eventueel te nemen stappen. Het bestuur is verplicht de bevindingen en het advies van het beoordelingsorgaan mede te delen tijdens de eerstvolgende Algemene Vergadering.

    1. de Competitie Commissie, welke de commissaris competitieroeien bijstaat in het uitoefenen van zijn/haar taak.

De commissie draagt, in samenspraak met het bestuur, zorg voor de facilitaire zaken ten behoeve van competitieroeiers in zake de opleiding en toetsing van roeiers, coaches en stuurlieden. Tevens organiseert de commissie interne wedstrijden tussen de roeiers onderling en draagt zij bij aan begeleiding en de organisatie van cursussen en voordrachten ten behoeve van competitieroeiers en/of hun coaches;

    1. de Intro-commissie, welke tot taak heeft bekendheid te geven aan de roei­sport en de vereniging bij de stu­denten in Eindho­ven geduren­de de introductiepe­ri­ode van de Techni­sche Universi­teit Eindho­ven; de orga­nisa­tie van het kennismakingskamp, genaamd "Twis", en de verdere algemene bege­leiding van de kandi­daatle­den gedurende de kennisma­kingstijd;
    2. de Materiaal-commissie, welke de commissa­ris materi­aal assisteert bij het onderhoud van het materieel en van de accommodatie;
    3. de commissie Schoonwater, welke regelmatig een gedeelte van het Eindhovensch kanaal van het meest schadelijke vuil reinigt;
    4. de Tempo-redactie, welke zorgt voor het regelmatig uitbrengen van het officiële orgaan van de vereni­ging en voor de finan­cie­ring daarvan. Zij draagt verantwoording voor de inhoud daarvan;
    5. de Thêta Onderlinge commissie, welke zorg draagt voor de organisatie en de finan­ciering van een roeiwed­strijd in het najaar;
    6. de Varsity commissie, welke zorg draagt voor de promotie van de Varsity binnen studerend en roeiend eindhoven en de organisatie van de deelname van Thêta aan de Varsity.
    7. de WWWcie, welke als doel heeft de digitale informatiestromen van en naar de leden van E.S.R. Thêta te beheren. Dit geschiedt primair via een internetpagina die door de commissie wordt onderhouden, zowel in technische als redactionele zin;

 

 

art. 35

Voor niet regelmatig te verrichten werkzaamheden kan het bestuur ad hoc commissies instellen.

INTRODUCÉ BELEID EN VERENIGINSEIGENDOMMEN

art. 36

  1. Niet-leden mogen enkel de accommodatie betreden indien zij geïntroduceerd worden bij het bestuur door een lid;
  2. Het introduceren van een niet-lid bij het bestuur gebeurt door het inschrijven in een logboek. Hierin worden de naam  van de introducé en naam van het lid dat een niet-lid introduceert genoteerd. Reden van introduceren erbij;
  3. Het lid dat een niet-lid introduceert is verantwoordelijk voor het handelen van het door hem geïntroduceerde niet-lid;
  4. Een lid mag maximaal twee niet-liden per dag introduceren;
  5. Het bestuur mag meerdere niet-leden per dag introduceren;
  6. Gelegenheden kunnen door het bestuur als “open” worden bestempeld. Dan vervalt de introductieplicht;
  7. Het bestuur heeft ten alle tijden het recht niet-leden te weigeren danwel voor langere tijd toe te laten tot de roeiaccommodatie.

 

 

art. 37

  1. Indien een of meerdere personen een aan de vereniging aangeboden of door de vereniging aangeschaft meubelstuk of muziekinstrument vernielen dan wel dit in een dusdanige staat achterlaten dat de gebruikswaarde nihil is, dienen zij binnen de termijn van één maand voor een passende vervanging van genoemd meubelstuk of muziekinstrument te zorgen.
  2. Het vervangende meubelstuk of instrument dient van gelijkwaardige kwaliteit te zijn als het vernielde of onklaar gemaakte.
  3. Indien de termijn voor vervanging van het vernielde of onklaar gemaakte wordt overschreden zal een passende straf door het bestuur worden opgelegd.

HET COLLEGE VAN SENATOREN

art. 38

  1. Direct na zijn decharge uit het bestuur wordt ieder oud-bestuurs­lid door het bestuur geïnstalleerd als senator, tenzij de betreffen­de persoon daar bezwaar tegen heeft. Door het sena­torschap te aanvaarden, treedt hij toe tot het colle­ge van senato­ren.
  2. Het senatorschap eindigt:
  3. door schriftelijke opzegging door de senator;
  4. door schriftelijke opzegging door het be­stuur van de ve­reni­ging;
  5. door overlijden van de senator.

 

 

art. 39

  1. Het college van senatoren dient de continuïteit van bestuur te bevorderen.
  2. Uit het college van senatoren worden jaarlijks functie­groepen en, indien gewenst, beleids­groepen geformeerd.

De verschillende functie­groe­pen worden gevormd door die senatoren die allen dezelfde bestuursfunc­tie hebben vervuld. Een be­stuurs­lid nodigt voor het overleg met een functie­groep die senatoren uit die in de vijf vereni­gingsja­ren voor­af­gaand aan het lopende ver­eni­gings­jaar deel uit­maak­ten van het bestuur en die senatoren die daarom verzoeken.
In een beleidsgroep kunnen ook andere personen dan senatoren zitting hebben.

  1. In de tweede helft van het verenigingsjaar heeft er een algemeen overleg, genaamd het senatorenconvent, plaats tussen het bestuur en het college van senato­ren, waarvoor het bestuur die senatoren uitnodigt die in de vijf verenigingsjaren voorafgaand aan het lopende ver­eni­gings­jaar deel uitmaakten van het bestuur en die senatoren die daarom verzoeken.
  2. Bij het tussentijds aftreden van het bestuur, of een meerderheid daarvan, is aan het college van senatoren de taak opgedragen een nieuw bestuur of interim-bestuur te formeren.

 

 

art. 40

Het College van Senatoren wordt vertegenwoordigd door de Preases Senatorum of, bij zijn ontstentenis, door diens plaatsvervanger.
Behoudens uitzonderlijke gevallen vervult het lid dat laatstelijk gedechar­geerd is als voorzitter, de functie van Preases Senatorum.

DE ALGEMENE VERGADERING

art. 41

  1. De taken van de algemene vergadering zijn:
  2. het vaststellen van de statuten en het huishou­delijk reglement van de vereniging;
  3. het nemen van de door de wet vereiste beslui­ten.
  4. het controleren van het bestuur.
  5. De algemene vergadering heeft het recht om het bestuur om inlichtingen te vragen. Het bestuur verschaft deze inlichtingen, voorzover het dat niet strijdig acht met de belangen van de vereniging (eigen verantwoordelijkheid van het bestuur) en mits het geen zaken betreft waarin het bestuur of een lid van het bestuur als vertrou­wensper­soon fungeert.

AFDELING 1. Jaarvergaderingen en buitengewone algemene vergade­ringen

art. 42

  1. Buitengewone algemene vergaderingen kunnen openbaar zijn.
  2. Behoudens uitzonderlijke gevallen kunnen gedurende de officiële vakanties van de Technische Universiteit Eindhoven geen algemene vergade­ringen worden gehouden.
  3. Het bestuur kan de algemene vergadering voor ten hoogste eenentwin­tig dagen schorsen.

AFDELING 2. Toegang en stemrecht

art. 43

  1. Toegang tot de algemene vergadering hebben leden, erele­den en buiten­gewone leden van de vereniging.
  2. Over toelating van andere dan in het vorige lid genoem­de personen, beslist het bestuur. Daartegen is beroep bij de algemene vergadering mogelijk.
  3. De in de algemene vergadering tegenwoordige leden tekenen een presen­tielijst.

 

 

art. 44

Van onwaarde zijn onbehoorlijk ogende, alsmede on­dui­delijke mach­tigingen.

AFDELING 3. Wijze van bijeenroepen

§ 1. Oproeping en agenda

art. 45

In de oproeping tot de algemene vergadering dient te zijn vermeld:

  1. de plaats, datum en het tijdstip van aanvang van de algemene vergade­ring;
  2. de te behandelen onderwerpen, eventueel voorzien van een toelichting;
  3. bij een verkiezing de namen van de door het bestuur gestelde kandida­ten, behoudens uitzonderlij­ke gevallen;
  4. bij een voorstel tot wijziging van de statuten of van het huishoude­lijk reglement een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen.

§ 2. Beroep op de algemene vergadering

art. 46

Leden die zich verongelijkt achten door een bestuursbesluit dat op hen persoonlijk betrekking heeft, kunnen binnen een maand na de hun daarvan gedane medede­ling in beroep gaan bij de algemene vergadering. Zulk een beroep dient schriftelijk te worden ingediend bij het bestuur.
Het bestuur dient in dat geval zo spoedig mogelijk de algemene vergade­ring bijeen te roepen.

AFDELING 4. Orde van de vergadering

§ 1. Voorzitterschap en notulen

art. 47

Van het verhandelde in elke algemene vergade­ring worden door de secreta­ris, of door een door de voorzitter aan te wijzen persoon, notulen opge­maakt. De notulen worden tenminste zeven dagen voor de eerstvolgende algemene vergade­ring ter kennis van de leden gebracht.
De notulen dienen in de eerstvolgende algemene vergadering ter goedkeuring aan de vergadering te worden overgelegd. De notulen worden door de voorzit­ter en de notulist vastge­steld en onderte­kend.

 

 

art. 48

  1. Ieder lid heeft het recht om binnen de orde van de verga­dering het woord te voeren. Geen lid voert het woord zonder toestemming van de voorzitter. Hij verleent het woord naar orde van aanvraag.
  2. Een punt van orde dient onmiddellijk gehoord te worden, behalve tijdens een stemming.
  3. De voorzitter hoeft niet meer dan driemaal aan dezelfde persoon het woord te geven over hetzelfde onderwerp, behoudens beroep op de algemene vergade­ring. Hij ontneemt degene die buiten de orde gaat het woord.
  4. De voorzitter heeft het recht een persoon uit de algemene vergadering te doen verwijderen ter handhaving van de orde, behoudens beroep op de alge­mene vergadering.

§ 2. Voorstellen, moties en amendementen

art. 49

  1. Voorstellen die niet op het convocaat zijn vermeld of daar recht­streeks verband mee houden kunnen op verlangen van het bestuur of drie leden tot een volgende algemene verga­dering worden aangehouden.
  2. Moties zijn voorstellen, voortkomend uit de algemene vergadering, tot het doen van een uitspraak over een niet rechtstreeks aan de algemene vergade­ring voorgelegde kwestie. Moties kunnen te allen tijde worden ingediend, mits deze niet tot besluitvorming leiden.
  3. Ieder lid bezit het recht van amendement. Over amendemen­ten zal eerst worden gestemd. De behande­ling geschiedt onder dat punt van de agenda waarop zij betrekking heeft of onder "wat verder ter tafel komt". Desge­wenst zal de voorzitter voor het indienen van een amendement de vergade­ring schor­sen.

 

 

art. 50

  1. Inzake bij statuten of huishoudelijk reglement bepaalde gevallen is het bestuur bevoegd tot het opmaken van voorstellen met een bindend karakter.
  2. Aan elke voordracht kan het bindende karakter worden ontnomen door een met meerderheid van tenminste twee derden van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering.

§ 3. Stemmingen, verkiezingen en besluiten

art. 51

  1. Over een voorstel of tot een besluit of tot een verkie­zing wordt gestemd door de in de algemene vergadering tegen­woordige of vertegenwoor­digde le­den.
  2. Besluiten kunnen ook bij acclamatie tot stand komen, indien geen der stemgerechtigde aanwezigen daartegen bezwaar heeft.
  3. Behoudens de bepalin­gen in artikel 23 van de statuten wordt een besluit van kracht indien de algemene vergade­ring het desbetref­fende voorstel heeft aange­nomen.
  4. Het bestuur houdt een register van de besluiten van de algemene vergadering. De besluiten van de alge­me­ne vergadering worden door het bestuur bekend ge­maakt.

 

 

art. 52

  1. Stemming geschiedt op uitnodiging van de voor­zitter, na duidelijke formulering van het voorstel.

De algemene vergadering kent twee wijzen van stemmen: hoofde­lijke stemming en schriftelijke stem­ming.
Alle stemmingen geschieden hoofdelijk, tenzij het bestuur of tenminste vijf stemgerechtigde leden een schriftelijke stem­ming verlangen. Stemming over personen geschiedt schrifte­lijk.

  1. Hoofdelijke stemming geschiedt mondeling of bij handop­ste­ken.

Er zijn bij hoofdelijke stemming twee stemsoor­ten: "voor" en "tegen". Blanco stemmen alsmede on­duidelijke stemmen worden beschouwd als zijnde niet-uitge­bracht.

  1. Schriftelijke stemming geschiedt door middel van ge­waar­merk­te stembil­jetten, met als stemsoorten:
  2. bij schriftelijke stemming over een besluit: "voor" en "tegen";
  3. bij een stemming ter verkie­zing van een persoon voor een functie: de naam van de gewenste kandidaat.

Blanco stemmen alsmede on­duidelijke of onderte­kende stemmen worden be­schouwd als zijnde niet-uitge­bracht.
Voor de uitvoering en bekendmaking van een schriftelijke stem­ming benoemd de voorzitter voor de duur van de stem­ming een stembureau, bestaan­de uit drie leden. Het stembureau beslist in alle kwesties omtrent geldig­heid van een stem der vergade­ring.
De stembiljetten worden direct nadat de uitslag van de stemming bekendge­maakt is, vernietigd.

 

 

art. 53

  1. Zijn twee voorstellen ter tafel gelegd, dan wordt zoveel maal gestemd tot op één van de voor­stellen de meeste stemmen "voor" zijn uitgebracht. Dat voorstel wordt dan overeenkomstig het bepaalde in het vorige lid ter stemming gebracht.
  2. Zijn meer dan twee voorstellen ter tafel ge­legd, dan volgen een aantal stemronden, waarbij na elke stemronde het voorstel met het laagste aantal stemmen afvalt. Wanneer er twee voorstellen zijn overgebleven wordt de procedure gevolgd zoals ver­meld in het tweede lid.
  3. Zijn er twee of meer voorstellen ter tafel ge­legd, dan bepaald de voorzitter de volgorde waarin deze in behandeling worden genomen.
  4. Zijn meer dan twee voorstellen ter tafel ge­legd, dan zijn de aanwezige leden verplicht om of aan alle of aan geen van de stemmingen deel te ne­men.

 

 

art. 54

  1. Indien bij een verkiezing van perso­nen twee of meer kandida­ten gesteld zijn en niemand na schriftelijke stemming de volstrekte meerder­heid heeft verkre­gen, vindt een tweede stemming plaats. Heeft dan weer niemand de vol­strekte meerderheid verkregen, dan volgen een  aantal stemronden, waarbij na elke stemronde de kandidaat met het laagste aantal stem­men afvalt, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkre­gen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. In geval de stemmen staken bij een stemming tussen twee per­sonen, beslist het lot wie van beide gekozen is.
  2. Zijn twee of meer kandidaten gesteld, dan zijn de aanwe­zi­ge leden verplicht om of aan alle of aan geen van de stem­mingen deel te ne­men.
  3. Een kandidaat wordt niet in zijn functie geïnstalleerd, alvorens zijn benoeming te hebben aanvaard.

AFDELING 5. Commissies

art. 55

  1. De algemene vergadering kan onder haar verant­woor­delijk­heid advies-commissies instellen. Deze commissies stellen het bestuur op de hoogte van hun bevindingen.
  2. Commissies zoals bedoeld in het eerste lid worden door de algemene vergadering verkozen over­eenkomstig het bepaalde in artikel 41

HET ROEIEN

art. 56

De vereniging onderscheidt binnen het roeien drie categorieën:

  1. wedstrijdroeien;
  2. competitieroeien;
  3. fuifroeien.

 

 

art. 57

Het bestuur beslist over uitzending van ploegen naar wedstrijden.

AFDELING 1. Wedstrijdroeien

art. 58

  1. Wedstrijdroeiers zijn leden, die zich door middel van trai­ningen ondermeer voorbe­reiden op wedstrijden, die boord aan boord worden verroeid over een afstand die reglementair is vastgelegd in het "Regle­ment voor Roeiwed­strijden" van de Koninklij­ke Neder­land­sche Roeibond en/of in de "Codes des Courses" van de Fédération Internationale des Sociétés d'Aviron.
  2. Het bestuur neemt wedstrijdroeiers in-training in een buitengewone alge­mene verga­de­ring. Dit ge­schiedt op voorstel van het Beoordelingsorgaan Wedstrijdroeien en de Coach-commis­sie.

 

 

art. 59

  1. Wedstrijdcoaches wor­den door het bestuur be­noemd en ont­slagen in een algemene vergadering. Dit geschiedt op voorstel van de Coa­chraad en de Coach-commissie.
  2. Een wedstrijdcoach is verant­woordelijk voor de roeispecifieke oplei­ding en begelei­ding van de aan hem toever­trouwde wed­strijd­roeiers. Daarover is hij verantwoor­ding schuldig aan het bestuur.
  3. Iedere wedstrijdploeg heeft de beschikking over tenminste een wed­strijd­coach.

 

 

art. 60

Bij nationale wedstrijden waaraan door de vereniging wordt deelgeno­men, dient een bestuursvertegenwoordiging aanwezig te zijn.

AFDELING 2. Competitieroeien en fuifroeien

art. 61

  1. Competitieroeiers zijn leden, die zich door middel van trainingen voorbereiden op:
  2. roei-ontmoetingen met wedstrijdkarakter;
  3. wedstrijden als omschreven in het "Reglement voor het Regioroeien".
  4. Fuifroeiers zijn leden, die niet onder de categorieën wed­strijd­roeien en competitieroeien vallen.

Het is voor leden niet mogelijk om in het vereni­gings­jaar waarin zij lid zijn geworden de roeisport als fuifroeier te beoefenen. Het bestuur­ is bevoegd hiervan in bij­zonde­re gevallen onthef­fing te verlenen.

 

 

art. 62

  1. Competitiecoaches wor­den door het bestuur be­noemd en ont­slagen.
  2. Een competitiecoach is verant­woordelijk voor de roeispecifieke oplei­ding en begelei­ding van de aan hem toevertrouwde competitie­roeiers. Daarover is hij verantwoor­ding schuldig aan het bestuur.
  3. Als regel heeft iedere competitieploeg de beschikking over tenmin­ste een competitiecoach.

HET MATERIAAL

art. 63

  1. De boten worden door het bestuur, in overleg met de WeMa, in verschil­lende klassen inge­deeld. De inde­ling wordt in de verenigingsaccomodatie bekend­ge­maakt.
  2. Het bestuur beslist, in overleg met de commis­sie Toewij­zing, inzake de be­voegd­heid van roeiers en stuurlieden met be­trekking tot het boot­gebruik. Het bestuur houdt hiervan een register.
  3. Leden die gebruik willen maken van verenigingsvaartuigen, kunnen dit slechts doen:
  4.  indien zij hiertoe bevoegd zijn; en
  5. indien, hetzij de vaartuigen door het bestuur permanent aan hen zijn toegewe­zen, hetzij zij het betreffende vaartuig hebben afgeschreven in het afschrijfboek of op het afschrijfbord.

In het geval van afschrijven in het afschrijfboek en op het afschrijfbord die­nen leden hun naam, het uur en de duur van het gebruik, benevens de naam van het betref­fende vaartuig te vermelden. Afschrijvingen op het afschrijf­bord hebben voorrang op afschrijvingen in het afschrijfboek.
Geen lid mag op één ogenblik meer dan één vaartuig hebben afgeschreven. Is het tijdstip van aanvraag zoals vermeld in het afschrijfboek of op het afschrijfbord verlopen, dan verliest de afschrijving, wanneer geen gebruik wordt gemaakt van het afgeschreven materiaal, na tien minuten aan geldig­heid.

  1. Niet-leden kunnen alleen na toestemming van het bestuur van het mate­rieel van de vereniging gebruik maken.

 

 

art. 64

  1. De gebruikers van een vaartuig zijn verantwoordelijk voor het materi­aal ­ge­du­ren­de het gebruik.
  2. Schade aan de verenigingseigendommen of aan objecten in het beheer van de vereniging toegebracht, moet onmiddellijk worden vermeld in het klach­tenboek.
  3. Het is niet toegestaan gebruik te maken van materiaal dat door de commissaris materiaal uit de vaart is genomen.

 

 

art. 65

Het bestuur houdt een register waarin de materiaal-technische staat van de verenigingsvaartui­gen wordt vermeld.

 

 

art. 66

  1. Er is een botenplan. Hierin worden grote materiaal aanschaffen zoals boten, palen, ergometers, enz. gepland. Het doel van het botenplan is een goede vlootopbouw te waarborgen en op verantwoorde wijze geld te reserveren.
  2. Jaarlijks wordt het botenplan door een hiervoor opgerichte werkgroep opgesteld
  3. Het botenplan wordt voor de afrekening voorgelegd aan de algemene vergadering, mogelijk een buitengewone algemene
  4. Op basis van het botenplan wordt de roeireserve vastgesteld.

DE MIDDELEN

AFDELING 1. Inkomsten

art. 67

De baten van de vereniging bestaan uit de bijdragen van leden, buitengewone leden en donateurs, baten uit werkacties, sponsoring, sub­si­dies, verkoop en verhuur, evenementen, bar en verenigingsmaaltijd winsten, rente, legaten, schen­kin­gen, hoof­delijke omslagen, opgelegde boeten, bedrijfsroeien en ande­re wettige baten.

 

 

art. 68

  1. De algemene vergadering stelt de hoogte van de jaarlijkse bijdrage voor de leden vast. Deze bijdrage dient ondermeer de jaarlijkse bijdrage per lid, die de vereniging aan de Konink­lijke Neder­landsche Roei­bond ver­schul­digd is, te omvatten. 
  2. Ieder lid dient aan de penningmeester van de vereni­ging mach­tiging te verlenen om van zijn reke­ning courant één maal per jaar de jaar­lijkse bijdra­ge af te schrijven. De jaarlijkse bijdra­ge wordt in november van het lopende vereni­gingsjaar afgeschreven.
  3. De algemene vergadering kan, op voorstel van het bestuur, besluiten tot een hoofdelijke omslag over alle leden. Zulk een voorstel dient vermeld te zijn op het convocaat. De leden zijn ver­plicht om aan de omslag binnen een maand te voldoen.
  4. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing te verlenen van de verplichtingen omtrent de jaarlijkse bijdrage.

 

 

art. 69

  1. De leden worden met betrekking tot het aantal te maken werkactie-uren ingedeeld in categorieën.
  2. Een wedstrijd­roei­er dient jaarlijks 24 werkactie-uren voor de vereniging te verrichten.
  3. Eerste-, tweede- en derdejaars niet-wedstrijdroeiers dienen jaarlijks 8 werkactie-uren voor de vereniging te verrichten.
  4. Een niet-wedstrijdroeier dient per gestarte nationale wedstrijd 2 extra werkactie-uren te maken.
  5. Het bestuur behoudt ten alle tijden het recht om voor een bepaalde wedstrijd extra werkactie-uren op te leggen.
  6. Ieder lid met werkactie-verplichting dient voor 1 april van het lopende verenigingsjaar kenbaar te hebben gemaakt of hij de verplichte werkactie-uren wil werken of afkopen. Bij het niet kenbaar maken van de keuze, wordt aangenomen dat hij deze werkactie-uren gaat werken. De gemaakte keuze blijft van kracht zolang het lid verplicht is werkactie-uren te maken.  
  7. Ieder lid met werkactie-verplichting dient aan de penningmeester van de vereni­ging mach­tiging te verlenen om van zijn reke­ning courant één maal per jaar de werkactie-afkoopsom middels een incasso te innen, indien hij zijn werkactie-uren niet gewerkt heeft.
  8. De werkactie-afkoopsom voor een lid dat voor 1 april heeft aangegeven de werkactie-uren af te willen kopen, bedraagt het aantal te maken werkactie-uren maal het standaard uurtarief. Deze wordt in april van het lopende verenigingsjaar geïnd.
  9. De werkactie-afkoopsom voor een lid dat voor 1 april heeft aangegeven de werkactie-uren te willen werken en voor 1 augustus niet het gehele aantal werkactie-uren gewerkt heeft, bedraagt het aantal te maken werkactie uren maal het verhoogd uurtarief. Deze wordt eind juni van het betreffende verenigingsjaar geïnd. Indien voor 1 augustus alsnog werkactie-uren gewerkt worden wordt het aantal gewerkte uren vermenigvuldigt met het verhoogd uurtarief teruggestort.
  10. Ieder bestuurslid krijgt voor het jaar dat hij een bestuurstaak vervult, kwijtschelding voor de eerste acht werkactie-uren die hij zou moeten maken in dat jaar. Voorwaarde hierbij is dat het bestuurslid zijn taak de gehele bestuurstermijn voldoet met goedkeuring van de algemene vergadering.
  11. Tijdens de algemene jaarvergadering wordt de hoogte van het standaarduur tarief en het verhoogde uurtarief jaarlijks vastgesteld
  12. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing te verlenen van de verplichtingen omtrent de werkactie-verplichtingen.

AFDELING 2. Vermogen

art. 70

Het vermogen van de vereniging wordt ge­vormd door roerende en onroerende goederen, gelden in kas, op girore­kenin­gen en bankrekeningen, als­mede vorderingen op leden en derden.

 

 

art. 71

Alle gelden, te voldoen aan de vereniging, worden gestort in de verenigingskas, welke de verenigingsfinanciën bevat.

 

 

art. 72 a

Er bestaat een reserve, genaamd “Roei reserve”, met het doel de geplande aanschaffen volgens het botenplan te bekostigen.
De bijdrage aan de Roei reserve wordt jaarlijks voor het aankomend jaar door de algemene vergadering, tegelijk met de afrekening, op basis van het botenplan vastgesteld en goedgekeurd. Wanneer geplande aanschaffen uit het botenplan niet nodig zijn wegens schenkingen, donaties of in gebruikstellingen, dient dit verrekend te worden bij het vaststellen van de roeireserve.
Modificaties van de Roei reserve dienen te geschieden met goedkeuring van de algemene vergadering.

 

 

art. 72 b

Er bestaat een reserve, genaamd “Algemene reserve”.  Deze middelen hebben nog geen bestemming en dienen als financiële buffer voor gebeurtenissen, die niet voorzien zijn.
Modificaties van de algemene reserve dienen te geschieden met goedkeuring van de algemene vergadering, wanneer deze niet in lijn zijn met de begroting.

 

 

art. 73 a

  1. Er bestaat een voorziening, genaamd “Voorziening vereniging”, met het doel hieruit niet jaarlijkse, duurzame verenigingsondersteunende aankopen te doen.
  2. De bijdrage aan de voorziening vereniging wordt jaarlijks, tegelijk met de begroting, door de algemene vergadering vastgesteld en goedgekeurd.
  3. Modificaties van de voorziening vereniging groter dan 200 euro, dienen te geschieden met goedkeuring van de algemene vergadering.

 

 

art. 73 b

  1. Er bestaat een voorziening, genaamd “Voorziening topsportstimulering”, met het doel hieruit wedstrijdroeiers en wedstrijdcoaches, gedefinieerd in artikel 58 en 59, te ondersteunen. Uit de voorziening kunnen onkosten van roeiactiviteiten worden vergoed. De voorziening dient niet ter ondersteuning van het primaire levensonderhoud van de roeier of coach.
  2. De bijdrage aan de voorziening topsportstimulering wordt jaarlijks, tegelijk met de begroting, door de algemene vergadering vastgesteld en goedgekeurd.
  3. Alle wedstrijdroeiers krijgen een status toebedeeld aan de hand waarvan bepaald wordt of een wedstrijdroeier (en zijn coach) in aanmerking komt voor een ondersteuning uit de voorziening topsportstimulering. Er is een drietal statussen:
    1.     lid van de nationale Senioren A- en/of B-selectie. Status wordt automatisch verkregen indien een bondscoach van de K.N.R.B. de wedstrijdroeier opneemt in betreffende nationale selectie;
    2. strevend naar lidmaatschap van genoemde nationale selecties met uitzicht op selectie in de nabije toekomst. Status wordt toebedeeld door het bestuur op voordracht van het Beoordelingsorgaan Wedstrijdroeien;
    3. elke wedstrijdroeier die niet tot een van de bovengenoemde statussen behoort;
  4. Een wedstrijdroeier (en zijn coach) met status I kan aanspraak maken op ondersteuning uit de voorziening topsportstimulering. Een wedstrijdroeier (en zijn coach) met status II komt ook in aanmerking voor ondersteuning uit de voorziening topsportstimulering indien het bestuur na advies van het Beoordelingsorgaan Wedstrijdroeien van mening is, dat een bijdrage uit de voorziening de uitzichten op en de mogelijkheden tot toetreding tot de nationale selecties verhoogt. Een wedstrijdroeier (en zijn coach) met status III komt nooit in aanmerking voor ondersteuning uit de voorziening topsportstimulering.
  5. Uitgaven, groter dan 200 euro, uit de voorziening topsportstimulering dienen te geschieden met goedkeuring van de algemene vergadering.

 

 

art. 73 c

  1. Er bestaat een voorziening, genaamd “Voorziening lustrum”, met het doel lustrumactiviteiten, lustrumkleding en lustrummerchandise financieel te ondersteunen.
  2. De bijdrage aan de voorziening lustrum bedraagt een vast bedrag, dat door de algemene vergadering wordt vastgesteld.

 

 

art. 74

Er bestaat een reserve, genaamd Botenwagen reserve, met het doel daaruit de vervanging of modificatie van de botenwagen te bekostigen. De Botenwagencompagnie is zelf verantwoordelijk voor het verwerven van baten voor deze reserve. De wijze van afschrijven en reserveren wordt bepaald in samenspraak met het bestuur.
Behoudens de uitgaven ten behoeve van de exploitatie en modificering van de botenwagen dienen uitgaven uit de Botenwagen reserve te geschieden met goedkeuring van de algemene vergadering overeenkomstig de bepalingen in artikel 47.
De bijdrage aan de Botenwagen reserve wordt jaarlijks voor het aankomend jaar door de algemene vergadering, tegelijk met de afrekening, vastgesteld en goedgekeurd.
Er bestaat een reserve, genaamd Algemene reserve botenwagen.  Deze middelen hebben nog geen bestemming en dienen als financiële buffer van de Botenwagen.
Er bestaat een voorziening, genaamd Voorziening Rijbewijzen botenwagen, met het doel opleidingen van de chauffeurs geheel of gedeeltelijk te bekostigen.

AFDELING 3. Begroting

art. 75

De begroting zoals bedoeld in artikel 18., derde lid onder d van de statuten behoeft evenals haar wijzigingen goed­keuring van de algemene vergadering. Het bestuur is alleen bevoegd uitgaven te doen overeenkomstig deze begroting en krachtens besluiten en mach­ti­gingen van de algemene vergadering.

AFDELING 4. Sponsoring

art. 76

  1. Onder sponsoring wordt verstaan een overeenkomst, waarbij de ene partij (de sponsor) een op geld waardeerbare prestatie levert waartegen de andere partij (de gesponsorde) communicatiemogelijkheden verschaft.
  2. De vereniging verwerft een deel van haar inkomsten d.m.v. sponsoring.
  3. Onder persoonlijke sponsoring wordt verstaan alle sponsoring, waarbij de op geld waardeerbare prestatie niet ten goede komt aan de gehele vereniging.
  4. Giften zijn geen sponsoring.

 

 

art. 77

1.    Het verwerven van persoonlijke sponsoring is toegestaan met inachtneming van het bepaalde in art. 77 lid 2.
2.    Ter verwerving van persoonlijke sponsoring dienen, zonder toestemming van het bestuur, niet te worden benaderd:
a) Sponsoren die reeds een schriftelijke of mondelinge overeenkomst met de vereniging hebben.
b) Potentiële sponsoren waarmee reeds een briefwisseling is opgestart.
c) Bedrijven of instellingen die de branche-exclusiviteit van de onder art. 77, lid 2.a en 2.b genoemde ten nadele kunnen komen.
3.    Het gaan verwerven van persoonlijke sponsoring dient vooraf te worden gemeld bij het bestuur.
       Na het verwerven van persoonlijke sponsoring dient verslag van de resultaten uitgebracht te worden aan het bestuur.
4.   Overtredingen van art. 77, lid 2 en 3 kunnen bestraft worden door middel van een door het bestuur vast te stellen (geldelijke) boete, die in verhouding dient te staan met de verworven sponsorgelden.

 

 

HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT

art. 78

  1. Het huishoudelijk reglement wordt vastgesteld door de algemene verga­dering en regelt de huishoudelijke gang van zaken binnen de vereniging.
  2. Besluiten tot vaststelling en wijziging van dit huis­houde­lijk regle­ment kun­nen slechts wor­den ge­nomen met een meerder­heid van ten­minste twee/­derde van de geldig uit­ge­brach­te stem­men.

Zij, die de oproeping voor de vergadering hebben gedaan, moeten ten­minste vijf dagen voor die vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opge­nomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag, waarop de vergade­ring wordt ge­houden.

  1. Van bepalingen in dit huishoudelijk reglement kan, voor zover dit niet strijdig is met de wet of de statuten, door de algemene verga­dering dispensatie worden verleend.

Dispensatie wordt verleend indien de algemene vergadering het voorstel daartoe met een meerderheid van tenminste tweeder­de van de uitgebrachte geldige stemmen heeft aangenomen. De duur van de dispensatie dient daarbij eveneens te worden vastge­steld.

  1. Dit huishoudelijk reglement wordt van kracht nadat van de concept-statuten, opgesteld door het bestuur 1992/1993, een notariële akte is opgemaakt. Dit lid komt dan te vervallen.

SLOTBEPALINGEN

art. 79

Op de plaatsen waar in de statuten en het huishoudelijk reglement met betrekking tot personen de mannelijke vorm wordt gebruikt, wordt daarmee tevens de vrouwelijke vorm bedoeld.

 

 

art. 80

Bij niet nakomen van de statuten of van het huishoudelijk reglement is het bestuur bevoegd een geldelijke boete op te leggen. Het betreffende lid staat daartegen beroep open op de algemene vergadering.

 

 

art. 81

De vereniging kan niet aansprakelijk gesteld wor­den voor:

  1. schade toegebracht aan door de leden en derden in het verenigingsge­bouw bewaarde eigendommen;
  2. door leden aan derden toegebrachte schade of letsel;
  3. enige schade of letsel door leden opgedaan of ondervon­den.

 

 

art. 82

Op 12 juni 1975 hebben de algemene vergaderingen van de Eindho­vense Stu­den­ten Roeivereniging "Tachos" en de Demos Roei Ver­eniging "Telamon" het besluit geno­men tot de vorming van de Eindhovense Studenten Roeiver­eniging Thêta.
Op 26 juni 1975 heeft de algemene vergadering van de E.S.R. "Ta­chos" haar goedkeuring gegeven aan een voorstel om middels een statutenwijzi­ging over te gaan in de E.S.R. Thêta. De ko­ninklijke goed­keu­ring aan de statuten werd op 9 augustus 1975 gegeven.
Op 23 september 1975 heeft de algemene ­vergadering van de D.R.V. "Te­lamon" het bestuur van de D.R.V. "Tela­mon" opdracht gegeven tot het opmaken van de afreke­ning en de liquida­tie­ba­lans. Op 17 janua­ri 1979 is de D.R.V. "Tela­mon" ontbonden.
De rechten en plichten van de D.R.V. "Telamon" zijn overge­nomen door de E.S.R. Thêta.

Weerbericht
Het weer van 18:00 uur in Eindhoven
Weer:het regent meters bier!
Temperatuur: 35.0°C
Wind: NNO, 90.0m/s
9 Bft
Bron: KNMI.
Maaltijd
Schrijf je nu in
om mee te eten op de loods
Ploegloos Roeien
Schrijf je nu in
om mee te roeien met ploegloosroeien
BWC Nieuws
Roeinieuws